Jongere generaties hebben doorgaans meer koopkracht en vermogen dan oudere generaties, maar bezitten niet altijd meer eigen woningen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) toont aan dat de koopkracht van jongere generaties vanaf 1970 over het algemeen hoger is dan die van oudere generaties, met pieken rond de leeftijd van 45 jaar. Deze bevindingen suggereren een gunstiger financieel plaatje voor jongere generaties en benadrukken de dynamiek van economische welvaart tussen generaties.